blogging-banner 700x180

In Nederland zijn inmiddels meer mobiele telefoons in omloop, dan er mensen zijn. Dat is bij vele organisaties het signaal geweest, om sommige diensten nog uitsluitend via mobiele communicatie aan te bieden – en dan bij voorkeur via een App voor een van de twee belangrijkste mobiele platformen, Apple’s iOS en Android van Google. Van een commerciële organisatie – zelfs een met een maatschappelijke taak, zoals een bank – kan ik dat begrijpen. Maar dat ook de overheid dit meer en meer doet is onverteerbaar.

De overheid mag best apps ontwikkelen. Als je daarmee nog een extra contactmogelijkheid maakt voor een groep mensen, is dat prima en leuk. Niks mis mee. Maar er zijn wel enkele problemen, als de smartphone het voornaamste kanaal is voor overheidsdiensten.

  • Internettoegang is niet gratis
    Phone coffee streetVia mobiele telefoons kost internetgebruik geld, hetzij via een abonnement, hetzij op basis van het verbruik. Internettoegang in de openbare bibliotheek is gratis, en daardoor komt de belastingdienst ermee weg om te digitaliseren. Maar een overheidsdienst die gepusht moet worden, zoals een bericht dat het paspoort verloopt, kost de burger dus geld. Ik ontvang dan liever een brief, daarom heb ik ooit geïnvesteerd in het laten inbouwen van een brievenbus.
  • Platformafhankelijkheid
    De app voor mijn iPhone of mijn Experia is leuk. Maar wat als ik een Windows Phone heb? God verhoede! Of nog erger: Blackberry, Firefox of zelfs een Ubuntu phone… Die kleinere platforms zijn vaak heel veilig, maar ja, de overheid sluit je buiten, dus wat heb je eraan? En trouwens, klein? Windows Phone heeft een marktaandeel van 8 procent in Groot-Brittannië en zelfs 14 procent in Italië en Frankrijk. Als de ‘overige’ besturingssystemen in Nederland bij 10% van de bevolking in gebruik zijn, hebben we het dus over 1,7 miljoen mensen. Het is helemaal niet netjes om zoveel mensen uit te sluiten.
  • Uitsluiting van bevolkingsgroepen
    1,7 miljoen? De werkelijkheid is erger! Niet alleen afwijkende platforms staan buitenspel. Mensen, vooral ouderen en slechtzienden, hebben vaak wel een mobiele telefoon, maar geen smartphone. Ook kinderen krijgen telefoons die niet op het internet kunnen. De overheid kan dus alleen met deze gebruikers communiceren door middel van een sms of – je kunt het je bijna niet voorstellen! – door een telefoongesprek.
  • Lege batterij
    Tja, en daar sta je dan, met je hippe smartphone. Laten vallen en dan zit je toch de rest van de dag zonder. Of je batterij is leeg door teveel filmpjes. De overheid biedt geen gratis oplaadpunten in het hele land. Dat zou overbodig stroomverbruik in de hand werken en is natuurlijk strikt genomen helemaal geen overheidstaak. Maar dan is het nog steeds wel een overheidstaak, om de mensen met hun lege smartphone toegang te geven tot de diensten van de overheid. Gewoon, door een kantoor open te stellen, of door op te bellen. Of door, oh gruwel, een brief te sturen.

Het voorbeeld dat NL-Alert het fysieke luchtalarm moet gaan vervangen is het meest stuitend. Als er een brand uitbreekt, waarbij een gifwolk vrijkomt, dan kan de (lokale) overheid het luchtalarm laten afgaan, en een geluidswagen de straat op sturen om mensen naar binnen te jagen. Dit werkt voor iedereen, behalve dove mensen. Gaan we echter dit bericht via een smartphone pushen, dan sluiten we direct mensen uit. Natuurlijk iedereen zonder smartphone – waaronder bijvoorbeeld spelende kinderen! Maar ook mensen die hun smartphone even niet kunnen (langsrijdende trein, huilende baby) of willen horen. Dat is zo een serieus percentage van de bevolking. Het is dus duidelijk: de overheid verzaakt haar verplichtingen ten opzichte van Nederland, als ze de smartphone tot belangrijkste of zelfs enige kanaal voor bepaalde diensten wenst in te zetten.

Daar voel ik mij niet lekker bij.

Bronnen:

http://www.mywindows.nl/2015/05/de-nieuwe-kantar-cijfers-goed-en-slecht-nieuws/ , 1 juni 2015